Lang vóór de camper en caravan bestonden er al mobiele woonvormen zoals Roma-woonwagens (Vardo’s), kermiswagens, circuskarren en handelswagens. Deze waren bedoeld om onderweg te wonen en te werken, niet voor recreatie of vakantie.

Dat kwam pas later op gang. Voordat we het over de camper gaan hebben, laten we eerst eens kijken naar de oorsprong van het recreatieve voertuig.

1884 – De Eerste Recreatieve Wagen


Het verhaal begint bij Dr. William Gordon Stables, die met paard en wagen door het Britse platteland reist. Wanneer hij bij een zigeunerkamp aankomt, schrikt zijn paard en doet volgens Stables een poging een stoffenwinkel binnen te rijden. Door lichte schade aan zijn wagen moet hij wachten terwijl reparaties worden uitgevoerd. In de tussentijd krijgt hij toestemming om de woonwagens van het kamp te bekijken.

Stables was een voormalig marinearts, schrijver en noemde zichzelf een geboren wanderer. Hij raakt door het zien van de woonwagens enorm gefascineerd. Als de droom van een oceaanjacht toch niet haalbaar is, dacht hij, dan wordt het een “landjacht”: een comfortabel huis op wielen. Al snel maakt hij schetsen van hoe zo’n wagen eruit moet zien.

Een goede vriend verwijst hem naar de Bristol Wagon Company, bekend om luxe Pullman-rijtuigen voor de spoorwegen. Daar wordt uiteindelijk zijn beroemde Land Yacht The Wanderer gebouwd en verandert William in een echte “Gentleman Gypsy”.

Source image: National Motor Museum

In 1885 maakt hij met The Wanderer een tocht van ruim 2100 kilometer naar Schotland. De wagen is ongeveer 5,5 meter lang, 2 meter breed, ruim 3 meter hoog en weegt zo’n 2 ton. Hiervoor plaatst William een advertentie om twee sterke paarden te huren.

Wat een prachtig verhaal over het ontstaan van recreatief reizen met een huis op wielen. The Wanderer kostte destijds £300, omgerekend ongeveer 3500 gulden. In diezelfde periode bouwde de Bristol Wagon Company ook The Bohemian, een zustervoertuig gebaseerd op dezelfde schetsen. En zo geschiedde het vrijetijdscaravannen.

1886 – Van Paardenkracht naar PK’s

The Wanderer was natuurlijk fantastisch, maar die twee ton aan mahoniehout was wel erg zwaar voor echte paardenkrachten.

In 1886 – letterlijk één jaar nadat William zijn Schotse roadtrip maakte – zette de Duitse uitvinder Carl Benz de wereld op zijn kop. Hij vroeg patent aan op de allereerste auto op benzine: de Benz Patent-Motorwagen. Mede hierdoor wordt Carl algemeen gezien als de vader van de automobiel.

Deze eerste ‘auto’ had nog geen hele pk onder de kap. Het was een fragiele driewieler die net twee personen kon dragen. Als je hier het zware ‘Land Yacht’ van William had opgeschroefd, was de as direct geknapt en was de motor ontploft. De weg naar de camper moet dus nog even op zich laten wachten.

Source: Mercedes-Benz

1896 – De Geboorte van de Vrachtwagen

Om zwaardere spullen te kunnen vervoeren, was er meer kracht nodig. Tien jaar na zijn eerste auto bouwde Gottlieb Daimler in 1896 de allereerste benzinevrachtwagen.

Een houten kar met een motor achterin die wel 4 pk’s leverde. Dat klinkt nu als een grasmaaier, maar destijds was het een revolutie: hij kon 1500 kilo aan vracht vervoeren.

Een paar jaar later (in 1898) merkte Daimler dat een motor achterin onhandig was voor het trekken van zware vrachten. Panhard & Levassor plaatsten al in 1891 de motor van hun personenauto’s voorin. Zo ontstond het Système Panhard: motor voorin, de versnellingsbak in het midden en aandrijving op de achterwielen. Dit bleek zo superieur dat de hele wereld, inclusief Daimler, dit concept overnam.

Source: Daimler Truck

1903 – De Allereerste Camper

Nu denk je misschien: “Ah, dus Daimler of Benz bouwde de eerste camper?” Nope! De twee Duitse pioniers waren destijds aartsrivalen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Sterker nog: ze hebben elkaar waarschijnlijk nooit persoonlijk ontmoet. Pas in 1926 zouden hun bedrijven samensmelten tot het bekende Mercedes-Benz.

Gottlieb Daimler kreeg die fusie zelf trouwens helemaal niet meer mee; hij overleed al in 1900 op 65-jarige leeftijd, vlak voordat de iconische merknaam ‘Mercedes’ (bedacht door een slimme Oostenrijkse dealer in Frankrijk en vernoemd naar diens dochter) überhaupt geregistreerd werd.

Voor de allereerste echte motorcamper moeten we dan ook niet naar Duitsland, maar naar Frankrijk. De eerder genoemde Franse techneuten, René Panhard en Émile Levassor, hadden namelijk de officiële rechten gekocht om de motoren van Daimler in Frankrijk te bouwen. Zij pakten zo’n oersterk vrachtwagenchassis en schroefden de motor op naar een destijds bizarre 20 pk.

De Basis

En toen kwam Jules Sécrestat in beeld. Jules was een steenrijke Franse likeurstoker en sportman uit Bordeaux. Hij wilde graag entertainen en comfortabel langere afstanden kunnen reizen. Hij zag de 7 meter lange vrachtwagenchassis van Panhard & Levassor en dacht: “Dit is mijn rijdende fundering.”

Source: Gallica

Net zoals de Wanderer in opdracht werd gebouwd door Bristol Wagon Company. Zo liet Sécrestat in 1903 een koetsenbouwer, Henri Lafitte, een complete houten villa op het chassis van Panhard & Levassor zetten.

Hij noemde hem La Bourlinguette. Dit was de absolute oervader van de camper. Deze autowoonwagen had drie compartimenten. Voorin bevond zich de piloot-monteur, voorzien van een opklapbed. In het midden een salon die je kon ombouwen tot slaapkamer en achterin een keuken waar de kok huisde. Er was stromend warm en koud water en gasolie om op te koken.

Met een lengte van 7 meter, een breedte van 2,50 meter en een hoogte van 1,95 meter was het een flinke verschijning. Omdat rubberen banden het gewicht van 3500 kg nog niet konden dragen, rolde deze allereerste camper op gigantische houten wielen met ijzeren hoepels.

Historici schatten dat dit hele project in totaal rond de 70.000 tot 80.000 Franse franken heeft gekost. Omgerekend naar de Nederlandse munt van toen was dat ongeveer 35.000 gulden.


1915 – De Blauwdruk van de Moderne Camper

Na het Franse vakantieavontuur van Jules Sécrestat in 1903 maken we de grote oversteek naar Amerika. Ook hier was een camper nog een pure eliteaangelegenheid. Want hoewel de ultra-luxe autofabrikant Pierce-Arrow in 1910 met zijn Touring Landau als ‘eerste productie-camper’ in de boeken staat, wordt er gefluisterd dat er in totaal slechts 3 stuks van zijn gebouwd. De Touring Landau was natuurlijk geen echt kamperen; dat was gewoon een peperdure auto met een weggestopte poepdoos en wastafel voor een handjevol rijkaards..

Source: Autoevolution


Nee, in 1915 pakte de Amerikaanse ondernemer Roland Conklin het heel anders, en vooral véél groter, aan. Hij dacht: “Als we gaan reizen, dan doen we dat met het hele gezin, en in stijl.”

Conklin had een eigen busbedrijf. Hij pakte zijn eigen buschassis en bouwde daar een enorm, rijdend ‘huis’ op van maar liefst 7,5 meter lang: de Gypsy Van. Dit was geen krappe limousine als de Touring Landau, maar een heuse dubbeldekker-camper die maar liefst 8 ton woog en plaats bood aan 17 passagiers .

Source: Autoevolution

Het interieur had de luxe van een Engelse villa. Het voertuig was uitgerust met een complete keuken, Pullman-stijl slaapplaatsen, een fonograaf (voorloper van de grammofoon) en zelfs een dakterras dat je met een trappetje kon bereiken. Het beschikte onder andere over elektriciteit, koud drinkwater, gloeilampen, een bad, een douche, een fornuis, een voorraadkast en stapelbedden.

Zakelijk en Maatschappelijk Doel

Om te bewijzen wat zijn machine kon, pakte Conklin in de zomer van 1915 zijn hele gezin in voor een legendarische roadtrip van New York dwars door Amerika naar San Francisco. Door met een voertuig van 8 ton door het land te rijden, toonde hij aan hoe uitdagend reizen was en zette hij de overheid ‘onder druk’ om te investeren in fatsoenlijke, verharde wegen.

De twee maanden durende reis werd een gigantische mediasensatie. Overal waar de reusachtige Gypsy Van opdook, stroomden duizenden nieuwsgierige Amerikanen toe om dit wonder op wielen te bewonderen. Hij bewees hiermee, op een spectaculaire manier, de betrouwbaarheid, kracht en techniek van zijn eigen chassis en motoren.

Source: Autoevolution

En hij wilde het concept van ‘vrij reizen’ demonstreren. Hij wilde laten zien dat men dankzij moderne technologie het ongetemde Amerika kon verkennen zonder afhankelijk te zijn van treinschema’s of hotels.

De Gypsy Van werd later dan ook officieel uitgeroepen tot de algemene blauwdruk voor de generaties campers die daarna zouden volgen.


It is the happiest combination of the main necessities of life: a dwelling-house and a carriage in one.

– Dr. William Gordon Stables (1886)

Kers Op De Taart

Terwijl ik aan het uitpluizen ben wat er in de ‘boeken’ staat over wie de eerste recreatiewagen, auto, vrachtwagen en camper op zijn naam heeft staan, krijg ik een prachtig cadeautje.

We stonden met onze camper op een gedoogde camperplaats in Lommel (B) en ineens klonk er een zwaar, onbekend geronk dat steeds dichterbij kwam. Om me heen zag ik mensen al met hun telefoon op het terrein bewegen. Mijn eigen nieuwsgierigheid was natuurlijk niet te stoppen, dus ik ging ook kijken.

Er kwam een tractor met een aanhanger het terrein oprijden. En niet zomaar eentje. Het was een prachtige klassieker met een houten stuur en daarachter een massief houten, antieke recreatiewagen. Het zag er schitterend uit en zelfs de mensen met een hypermoderne camper raakten onder de indruk.

Ondertussen stond ik er ook met mijn camera bij en al snel raakte ik in gesprek met de eigenaar. Hij wist het niet helemaal zeker, maar schatte dat de combinatie uit de jaren ’20 of ’30 kwam. Ik vertelde hem dat ik net bezig was met een artikel over de geschiedenis van de camper en hoe geweldig het was dat zij nu net aan kwamen rijden.

Ondertussen raakte ik ook in gesprek met de vrouw des huizes. Zij had de inrichting van de wagen op zich genomen. Terwijl wij staan te kletsen, komt haar man naar me toe: “Kom maar mee naar binnen,” zei hij.

Daar stond ik dan! Als enige van alle toeschouwers mocht ik een kijkje binnen nemen en het imposante houten binnenwerk bewonderen.

Wat bleek? De eigenaar had beide wagens als totale wrakken gevonden en volledig zelf opgeknapt. Werkelijk alles is uitgezocht en teruggebracht naar de stijl van toen. Een enorme klus van materialen zoeken en de inrichting historisch herstellen.

En goedkoop was die hobby niet. Voordat er überhaupt één schroef was aangedraaid, kostten de tractor en de wagen in de gevonden staat al respectievelijk €70.000 en €50.000. Slik.

Het stel komt uit Mol (B) en ze rijden er zelfs af en toe mee naar de Belgische kust. Een ritje waar ze met die oude Hanomag gerust 6 uur over doen. Maar hé, over onthaasten gesproken!

Net zoals de Wanderer en de Gypsy Van in hun tijd alle aandacht trokken, trok dit span nu ook weer alle ogen naar zich toe.

Wat een geweldige kers op dit verhaal!

Warme groet,

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer lezen?